Consumentenkrediet: bepalingen WER in werking getreden

Consumentenkrediet – Wetboek Economisch Recht

Als gevolg van het Koninklijk Besluit van 19 april 2014 treden enkele nieuwe bepalingen inzake consumentenkrediet op 1 april 2015 in werking.

Met name werden nieuwe regels van kracht betreffende de verdeling van de bewijslast, de informatievergaring door de kredietgever, de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP) en werd een verbod tot kredietverstrekking voorgeschreven wanneer de consument reeds een kredietachterstal van 1.000 euro of meer heeft.

De Federale Overheidsdienst Economie zal vanaf heden ook gebruik maken van de zogenaamde ‘mystery shoppers’.

Kredietwaardigheidsbeoordeling (art. VII.69 WER)

Aangaande de kredietwaardigheidsbeoordeling verplicht de wetgever de kredietgever (of in voorkomend geval de kredietbemiddelaar) actief de financiële situatie van de consument te onderzoeken.

Daartoe moet de kredietgever onder andere een kredietaanvraagformulier of, desgevallend, een informatieaanvraagformulier voorleggen bij kredietaanvragen voor een bedrag van meer dan 500 euro.
Deze formulieren nemen de vorm aan van een vragenlijst, waarin de consument alle informatie zal worden gevraagd die de kredietgever moet toestaan de financiële toestand en de terugbetalingsmogelijkheden van de consument te beoordelen, en op die manier aan zijn actieve onderzoeksplicht te voldoen.

De kredietgever moet om eventuele bewijsproblemen te vermijden.het informatieaanvraagformulier bewaren, zolang het krediet niet volledig is terugbetaald.

Het louter en alleen gebruik maken van de hierboven genoemde vragenlijst volstaat evenwel niet om aan de verplichting te voldoen om actief informatie in te winnen. De kredietwaardigheidsbeoordeling houdt in dat de kredietgever alle juiste en volledige informatie moet verzamelen die de kredietgever noodzakelijk acht om de financiële toestand en de terugbetalingsmogelijkheden te boordelen. Ook andere bijkomende informatie moet worden verzameld door de kredietgever, voor zover dit niet verboden is (e.g. informatie in verband met de gezondheid, de seksuele geaardheid, de politieke of levensbeschouwelijke overtuiging).

Bij niet-naleving van de verplichtingen inzake de kredietwaardigheidsbeoordeling loopt de kredietgever, respectievelijk de kredietbemiddelaar, het risico bestraft te worden met een sanctie van niveau 5; dit is een strafrechtelijke geldboete van 250 tot 100.000 euro en/of een gevangenisstraf van 1 maand tot 1 jaar (art. XV.90, 11° WER).

Ten aanzien van de consument geldt de verplichting juist en volledig te antwoorden op de vragen van de kredietgever.

Consultatie Centrale voor kredieten aan particulieren (art. VII.77 WER)

De kredietgever moet voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP) raadplegen. Deze verplichting kadert in de kredietwaardigheidsbeoordeling van de consument en kan eventueel verder worden uitgewerkt in een Koninklijk Besluit.

Ook moet de kredietgever gedurende de gehele looptijd van het voor onbepaalde duur aangegaan krediet de kredietwaardigheid van de consument jaarlijks blijven (her)evalueren door middel van een consulatie van de CKP.

Geen krediet bij achterstal van 1.000 EUR (art. VII.77 WER)

Indien de kredietgever na raadpleging van de CKP constateert dat in hoofde van de consument reeds voor meer dan 1.000 euro wanbetalingen zijn geregistreerd, mag hij onder geen beding de consument bijkomend krediet verstrekken.

Indien voor de consument minder dan 1.000 euro wanbetalingen geregistreerd staan kan de kredietgever krediet verstrekken, indien hij dit bijzonder motiveert in het kredietdossier.

De federale wetgever wil op deze manier wanbetalers beter tegen zichzelf beschermen.

Vereenvoudiging van de bewijslast voor de consument (art. VII.2, §4, VII.69, VII.75 en VII.77 WER)

Vanaf 1 april 2015 zal de kredietgever zelf moeten aantonen dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen inzake de kredietwaardigheidsbeoordeling van de consument en de verplichting om de consument het meest geschikt krediet aan te bevelen. Voorheen rustte de bewijslast op de consument, die moest aantonen dat de kredietgever niet de nodige inspanningen had geleverd om aan zijn verplichtingen te voldoen.

Deze nieuwe bepaling beoogt de bewijslast van de consument te verlichten. In de voorbereidende werkzaamheden werd aangegeven dat “de bepaling in fine van §4 beoogt tegemoet te komen aan een uitspraak van het Hof van Cassatie van 10 december 2004 met betrekking tot de bewijslast bij niet-nakoming door de kredietgever of de kredietbemiddelaar van de artikelen 11 en 15 WCK. Het is de consument die dit in de eerst plaats zou moeten aantonen, wat helemaal niet vanzelfsprekend is. Voorgesteld wordt om de bewijslast om te draaien.”

Mystery shopping (art. XV.17 WER)

De FOD Economie kan ambtenaren aanstellen die de kredietgever zullen benaderen door zich voor te doen als cliënten of potentiële cliënten. Deze “mystery shoppers” mogen de kredietgever echter niet provoceren of fouten in zijn hoofde uitlokken.

Door gebruik te maken van deze techniek van “mystery shopping” hoopt de wetgever sneller en gemakkelijker inbreuken op onder andere de informatieverplichtingen en kredietwaardigheidsbeoordeling op te sporen.


Régine Feltkamp & Joeri Danhieux