Financiering extremistische activiteiten: inzage voor de Cel Financiële Informatieverwerking?

Financieel Recht – Witwassen – Financiering van verdachte handelstransacties – extremisme – Cel Financiële Informatieverwerking


RF
Prof. Dr. Régine Feltkamp
Partner MODO Advocaten
Docent VUB


Pasted Graphic 1
M. Godin
Junior medewerker MODO Advocaten


Op 8 mei 2013 werd door de heer Y. Vastersavendts een wetsvoorstel ingediend tot aanvulling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met het oog op de uitbreiding van de controlebevoegdheid van de Cel Financiële Informatieverwerking (“CFI”) wat betreft het extremisme (
Parl.St. Kamer 2012-2013, nr. 2817).

De CFI, opgericht door de wet van 11 januari 1993 (de “witwaswet”; BS 9 februari 1993) in uitvoering van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25 november 2005, p. 15), is belast met het ontvangen en ontleden van de informatie met betrekking tot verrichtingen waarvan geweten is of vermoed wordt dat zij verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme (art. 23-26 witwaswet). Indien na ontleding van de doorgestuurde informatie blijkt dat er een ernstige aanwijzing bestaat van witwassen van geld of financiering van terrorisme (daaronder begrepen de financiering van proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of van de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens) heeft de CFI de verplichting deze informatie door te sturen aan de procureur des Konings of aan de federale procureur (art. 34 witwaswet).

Huidige bevoegdheid CFI

Momenteel heeft de CFI enkel de bevoegdheid informatie te ontvangen en te ontleden die verrichtingen betreft die (mogelijks) verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Onder het witwassen van geld wordt verstaan:

- de omzetting of overdracht van geld of activa met de bedoeling die illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit dit geld of deze activa voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden;
- het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van geld of activa waarvan men de illegale herkomst kent;
- de verwerving, het bezit of het gebruik van geld of activa waarvan men de illegale herkomst kent; of
- de deelneming aan, de medeplichtigheid tot, de poging tot, de hulp aan, het aanzetten tot, het vergemakkelijken van of het geven van raad betreffende een van de in de drie voorgaande punten bedoelde daden (art. 5, § 1 witwaswet).

De financiering van terrorisme wordt gedefinieerd als de verstrekking of verzameling van fondsen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met de bedoeling of wetende dat deze geheel of gedeeltelijk zullen worden gebruikt door een terrorist of een terroristische organisatie of voor het plegen van een of meerdere terroristische daden (art. 5, § 2 witwaswet).

Met de illegale herkomst van het geld of activa waarop gewezen wordt in de bovenstaande omschrijving van het witwassen van geld bedoeld de wetgever het geld of de activa die voorkomen uit:

- misdrijven die verband houden met terrorisme of de financiering van terrorisme, georganiseerde misdaad, illegale drughandel, mensenhandel, enz…;
- beursmisdrijven; en
- oplichting, misbruik van vertrouwen, misbruik van vennootschapsgoederen, gijzeling, diefstal, afpersing of faillissementsmisdrijven (art. 5, § 3 witwaswet).

Uitbreiding tot extremisme

Voormeld wetsvoorstel heeft de bedoeling om de onderzoeksbevoegdheid van de CFI uit te breiden door de financiering van extremisme toe te voegen als te melden verrichting. Onder de huidige wetgeving gelden de verplichting om verrichtingen te melden en de bevoegdheid van de CFI deze te onderzoeken en door te sturen enkel indien er een duidelijke link bestaat tussen het extremisme en de financiering van terrorisme. Wanneer de gemelde verrichting louter een financiering van extremisme inhoudt, heeft de CFI niet de bevoegdheid dit te onderzoeken of door te sturen.

De indieners van het voorstel wijzen op twee problemen die rijzen als gevolg van deze onbevoegdheid van de CFI. Het eerste probleem is de “flinterdunne grens” tussen extremisme en potentieel terrorisme, waardoor het vaak onduidelijk is of de CFI in een bepaalde situatie de bevoegdheid heeft de doorgestuurde informatie te onderzoeken. Het tweede probleem is dat er volgens de indieners van het voorstel ook kansen worden gemist in de strijd tegen terrorisme, aangezien extremisten terugvalbasissen en ondersteuningsnetwerken van terrorisme kunnen financieren zonder dat de CFI deze kan doorlichten. Een specifiek probleem vermeld in het voorstel betreft het storten van fondsen op de rekening van VZW's die extremisme en radicalisering financieel ondersteunen en zo de terroristische dreiging verhogen.

De oplossing die aangereikt wordt door de indieners van dit voorstel is de uitbreiding van de bevoegdheid van de CFI door het toevoegen van “extremisme” in de limitatieve opsomming van artikel 5, § 3 van de witwaswet, zodat naast geld of activa dat voorkomt uit “misdrijven die verband houden met terrorisme of de financiering van terrorisme”, ook het geld of de activa die voorkomen uit “misdrijven die verband houden met extremisme” als illegaal worden aanzien. Daarnaast zal er in artikel 5, § 2 voor de definitie van extremisme worden verwezen naar artikel 8, 1°, c) van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst (BS 18 december 1998). Het betreft aldus “racistische, xenofobe, anarchistische, nationalistische, autoritaire of totalitaire opvattingen of bedoelingen, ongeacht of ze van politieke, ideologische, confessionele of filosofische aard zijn, die theoretisch of in de praktijk strijdig zijn met de beginselen van de democratie of de mensenrechten, met de goede werking van de democratische instellingen of andere grondslagen van de rechtsstaat.”

Het uiteindelijke doel van deze wetswijziging is om de CFI in staat te stellen de relevante informatie te bekomen ten einde er toe bij te dragen terroristische organisaties of staten te verhinderen de nodige infrastructuur op te bouwen en op deze manier het geschikte klimaat te creëren waaruit gewelddadige acties voortvloeien.

De tekst van het wetsvoorstel is aangenomen door de Senaat en doorgestuurd naar de Kamer op 17 mei, waar het momenteel in behandeling is. Indien het voorstel ook in de Kamer aangenomen wordt zal het in werking treden 6 maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, ten einde de CFI de mogelijkheid te laten zich voldoende voor te bereiden op haar uitgebreide bevoegdheid.