Doping en de WADA-Code

Sport - Verboden middelen - WADA Code
Volgens de krant “La Dernière Heure” blijkt ook het B-staal van judoka Charline Van Snick sporen van de verboden stof “cocaïne” te bevatten.

Van Snick testte positief tijdens het voorbij WK judo in Brazilië, alwaar zij een bronzen medaille veroverde in de gewichtscategorie -48 kg.

De judoka, die ook al eremetaal veroverde op de Olympische Spelen te Londen, dient zich op 19 december 2013 te verantwoorden voor de bevoegde disciplinaire commissie van de wereldjudobond (IJF) te Boedapest. Conform de bepalingen van de WADA-code riskeert Van Snick een schorsing van twee jaar.

Haar advocaat kondigde gisteren in de media aan dat hij strafvermindering zal vorderen, vermits de hoeveelheid aangetroffen cocaïne volgens de analyses van de verdediging te gering zou zijn om een prestatie bevorderend effect te hebben. Hieruit kan worden afgeleid dat Van Snick niet de intentie had om haar sportieve prestaties op deze manier te verbeteren, hetgeen bepalend is in de overweging om strafvermindering, of de strafopschorting, te kunnen toekennen.

Ter herinnering kan worden aangehaald dat sporters, die vanaf 1 januari 2015 betrapt worden op het gebruik van verboden middelen, zullen worden berecht op basis van de vernieuwde WADA-code, die onder meer de strafmaat heeft aangepast.

Zo zal een sporter bij een eerste inbreuk worden veroordeeld tot een sanctie van vier jaar (i.p.v. twee jaar, zie hierboven), tenzij de atleet de disciplinaire instanties ervan kan overtuigen dat de inbreuk niet intentioneel gebeurde. Dit met als doel ervoor te zorgen dat sporters, die zich niet aan de dopingreglementering houden, sowieso de eerstkomende Olympische Spelen missen.

Bob Laes