Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft aangenomen door de Kamer

Krediet - Zekerheden - Pand - Roerende goederen - Pandregister

De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde op 30 mei 2013 het wetsontwerp van 24 oktober 2012 goed tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake. Het opzet van de goedgekeurde tekst is de vereenvoudiging en het meer coherent maken van de regels betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen. Daarbij worden de door de rechtspraak gedestilleerde principes in de regelgeving geïntegreerd.

Door de tekst wordt de bestaande regeling grondig gewijzigd. De belangrijkste nieuwigheden zijn:

  • de kwalificatie van de pandovereenkomst als een consensuele overeenkomst (i.e. het is geen zakelijke overeenkomst meer en de buitenbezitstelling van het in pand gegeven goed zal niet langer een geldigheidvereiste zijn);

  • de introductie van bepalingen die toelaten om een vertegenwoordiger (“security agent”) te gebruiken bij de vestiging van het pand en de uitoefening van de pandrechten;

  • de verduidelijking dat het pandrecht een bestaand of toekomstig roerend lichamelijke of onlichamelijke goed of geheel van goederen, vatbaar voor overdracht, tot voorwerp kan hebben;

  • de verduidelijking dat de nieuwe bepalingen enkel van toepassing zijn op pandrechten die intellectuele eigendomsrechten tot voorwerp hebben voor zover zij niet onverenigbaar zijn met andere bepalingen waarin dergelijke pandrechten specifiek worden geregeld;

  • de inlassing van specifieke regels voor de bescherming van de pandgever - consument; zo mag bijv. wanneer de pandgever een consument is in de zin van artikel 2, 3°,van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, de waarde van het verpande goed of de verpande goederen het dubbel van de omvang van het pandrecht niet overschrijden

  • de bevestiging van de zakelijke subrogatie: het pandrecht strekt zich uit tot alle schuldvorderingen die in de plaats komen van de bezwaarde goederen, waaronder de schuldvorderingen uit de overdracht ervan en deze tot vergoeding wegens tenietgaan, beschadiging of waardeverlies van het bezwaarde goed;

  • de tegenwerpbaarheid van het pandrecht aan derden kan gerealiseerd worden hetzij door een buitenbezitstelling (bij lichamelijke goederen), hetzij via het Nationaal Pandregister dat via een web-applicatie toegankelijk zal zijn; daarbij is meteen duidelijk dat het pandregister geen sluitend openbaarmakingsysteem zal vormen gezien registratie niet verplicht is voor lichamelijke goederen; bij registratie wordt de rang van het pandrecht bepaald volgens de chronologische volgorde van de registratie ervan;

  • de invoering van specifieke regels inzake gebruik, verwerking en onroerendmaking en vermenging van de in pand gegeven goederen;

  • de introductie van het mechanisme van de 'parate executie' bij tenuitvoerlegging, zoals reeds gekend bij de wet financiële zekerheden, indien de pandgever geen consument is;

  • de inlassing van bijzondere bepalingen voor pandrecht op een geldsom;

  • de uitbreiding van de regeling voor het in pand geven van een handelszaak tot andere schuldeisers dan kredietinstellingen.


De goedgekeurde tekst wordt pas wet bij de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. De inwerkingtreding van de wet moet dan nog vastgelegd worden via koninklijk besluit, maar is uiterlijk bepaald op 1 december 2014. Een bijkomend koninklijk besluit voor de organisatie van het Nationaal Pandregister is ook nog vereist. De toepassing van de nieuwe regeling voor de zakelijke zekerheden op roerende goederen is dus nog afhankelijk van een aantal uitvoeringsmaatregelen.