Herziening regelgeving openbare aanbiedingen van effecten

Beleggingsinstrumenten - Openbare aanbieding – Drempels – Bescherming van de belegger – Notie gekwalificeerde belegger


Door een wet van 17 juli 2013 heeft de wetgever heeft de wetgever verschillende wijzigingen aangebracht aan de volgende wetten:

  • de wet 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (de “prospectuswet”);

  • de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;

  • de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;

  • de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (de “transparantiewet”); en

  • de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende diverse bepalingen.


Opzet van de wetswijziging

Met deze wet worden de Richtlijn 2010/73/EU (die de Richtlijn 2003/71/EG (de “prospectusrichtlijn”) en de Richtlijn 2004/109/EG (de “transparantierichtlijn”) wijzigt,) en bepaalde onderdelen van de Richtlijn 2010/78/EU (de “Omnibus I”-richtlijn) omgezet naar Belgisch recht.

Hoofddoel is de belegger beter te beschermen bij een openbare aanbieding van effecten en de huidige regelgeving te vereenvoudigen of te verduidelijken.

Belangrijkste wijzigingen

De belangrijkste wijzigingen die de wet van 17 juli 2013 aanbrengt, betreffen de prospectuswet. Deze laatste wet wordt op volgende punten aangepast:

1° de drempels die bepalen wanneer een aanbod van beleggingsinstrumenten een openbaar karakter heeft worden verhoogd, met als gevolg dat een aanbieding van beleggingsinstrumenten slechts als openbaar wordt beschouwd als zij, per lidstaat, gericht is aan ten minste 150 personen in plaats van 100 personen, de openbare aanbiedingen met een minimale tegenwaarde van 100.000 EUR en aanbiedingen met een nominale waarde van minimum 100.000 EUR hebben geen openbaar karakter; alsook wordt de drempel inzake totale tegenwaarden, gehanteerd om het op Europees niveau geharmoniseerd wettelijk kader te bepalen, opgetrokken van 2.500.000 EUR tot 5.000.000 EUR;

2° het bemiddelingsmonopolie wordt uitgebreid tot bepaalde niet-openbare aanbiedingen en de FSMA kan bepaalde maatregelen treffen ten aanzien van de bemiddelaars die instaan voor de plaatsing van de aanbiedingen, de uitgevers, drukkers of verdelers van de reclame en andere berichten over de openbare aanbiedingen;

3° de huidige definitie van “gekwalificeerde belegger” wordt afgestemd op de definitie van “professionele cliënt” en “in aanmerking komende tegenpartij” zoals gehanteerd in de MiFID-richtlijn. Entiteiten die in aanmerking komende tegenpartijen/professionele cliënten vormen kunnen door middel van een opt-out optie vragen om als retailcliënt te worden beschouwd;

4° bepaalde afwijkingen van de prospectusplicht worden gewijzigd; zo geldt bijv. geen prospectusplicht meer met betrekking tot openbare aanbiedingen aan werknemers of bestuurders door een vennootschap uit de EER in het kader van werknemersparticipatieplannen;

5° de verplichtingen inzake de publicatie van prospectussen worden verstrengd om de potentiële belegger te voorzien van een essentiële duidelijke informatiebron;

6° het toepassingsgebied van titel VI met betrekking tot het toezicht op de reclame en andere documenten en berichten wordt uitgebreid tot de openbare aanbiedingen van ICB’s van het besloten type.

Naast de prospectuswet wordt ook de transparantiewet van 2 mei 2007 gewijzigd. In deze wet worden de drempels om te bepalen wanneer een overnamebod geen openbaar karakter heeft afgestemd op de drempels waarin de prospectuswet voorziet. Daarnaast wordt in de transparantiewet tevens een bepaling ingelast volgens welke de mededeling door een in België gevestigde gekwalificeerde tussenpersoon aan zijn cliënten die hem hun effecten in bewaring hebben gegeven, dat er buiten het Belgisch grondgebied een openbaar overnamebod op die effecten plaatsvindt, om hen in staat te stellen hun effecten in dat bod in te brengen, niet als een openbare overnamebieding op het Belgisch grondgebied wordt beschouwd.

Ook de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten wijzigt in die zin dat bepaalde drempels, zoals overgenomen uit de transparantierichtlijn, worden afgestemd op de nieuwe regeling opgelegd door richtlijn 2010/73/EU.

Tenslotte worden in de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles nieuwe criteria toepasselijk op grond waarvan kan worden bepaald of een bod openbaar is. In datzelfde kader wordt de huidige definitie van professionele en institutionele beleggers vervangen door de nieuwe definitie van gekwalificeerde belegger die is overgenomen uit richtlijn 2010/73/EU.

Wetgevingsfiche

  • Titel document: wet van 17 juli 2013 tot wijziging, met het oog op de omzetting van de Richtlijnen 2010/73/EU en 2010/78/EU, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen en van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende diverse bepalingen



  • Inwerkingtreding: 16 augustus 2013



Prof. Dr. Régine Feltkamp
Partner MODO Advocaten
Docent VUB

E.Wellekens
Junior medewerker MODO Advocaten