Krijgt overtreding Ruytinx alsnog een staartje ?

Sportrecht - Voetbal - KBVB
Tijdens de wedstrijd OHL-Standard de Liège van zondag 8 december 2013 maakt Bjorn Ruytinx (OHL) een zware overtreding op Standard-speler Mehdi Carcela.

De Marokkaanse flankspeler diende afgevoerd te worden met gescheurde ligamenten en mogelijkerwijze een gebroken enkel, hetgeen hem wel niet verhinderde om zijn aanvaller nog een rake slag in het gezicht te verkopen. Een ontoelaatbare handeling die Carcela een terechte rode kaart opleverde.

Scheidsrechter Tim Pots oordeelde tevens dat de initiële overtreding van Ruytinx slechts diende te worden bestraft met een gele kaart, hetgeen na het zien van de beelden tot veel kritiek leidde.

Conform de reglementen van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) kan een speler, die bestraft wordt met gele kaart, door het bondsparket niet bijkomend vervolgd worden voor deze overtreding, vermits het tot de soevereine beoordelingsvrijheid van de betrokken scheidsrechter behoort om de gepaste sanctie (gele of rode kaart) uit te spreken.

Het bondsparket beschikt wel over de reglementaire mogelijkheid om, op basis van overduidelijke televisiebeelden, elk incident, laakbaar feit of betwisting , dewelke niet werd vastgesteld/bestraft door de scheidsrechter, voor de geschillencommissie van de KBVB te brengen.

Daags na de tumultueuze wedstrijd tussen OHL en Standard de Liège verklaarde bondsprocureur Marc Rubens aan VTM dat hij momenteel de mogelijkheid onderzoekt of de houding van Ruytinx (zowel voor als na het incident) kan worden gekwalificeerd als een “laakbaar feit” en op die manier alsnog een bijkomende sanctie kan worden gevorderd tegen OHL-spits.
 
Bob Laes